Uitwedstrijden: alles wat je moet regelen als elftalleider

Written by

in

Je kent het gevoel. Het is zaterdagavond, je zit net lekker op de bank, en dan ping je telefoon. Rini vraagt of hij zondag meegaat in de bus of zelf rijdt. Dan Gerben, die vraagt hoe laat ze moeten zijn. Dan de trainer, die wil weten of de shirts al gewassen zijn. Als elftalleider van een zondagteam ben je eigenlijk nooit vrij. Maar uitwedstrijden zijn een apart verhaal. Meer gedoe, meer logistiek, meer mensen die te laat zijn. En toch zijn het vaak de mooiste zondagen van het seizoen. Dit is wat je allemaal moet regelen, en hoe je dat slim aanpakt.

De aanvangstijd bepaalt je hele zondag

Alles begint met de aanvangstijd. Speel je om tien uur, dan zit je al om halfacht in de auto. Speel je om twee uur, dan heb je de hele ochtend voor je maar wordt de middag lang. Kijk goed op het wedstrijdformulier en ga niet af op wat iemand in de appgroep zegt. Rini heeft het al drie keer verkeerd overgetypt.

Reken terug vanaf het eerste fluitsignaal. Vijftien minuten voor aanvang moet je op het veld staan. Twintig minuten daarvoor wil je in de kleedkamer zitten. Tel daar de reistijd bij op, plus tien minuten buffer voor wie altijd te laat is. Dat is Gerben. Altijd Gerben. Stuur hem een halfuur eerder een appje dan de rest.

Bij uitwedstrijden geldt ook de vraag: rijden jullie samen of ieder voor zich? Een bus regelen kost geld, maar het scheelt je de kopzorg dat de helft van je ploeg verdwaalt op een industrieterrein in Lutjebroek. En samen rijden heeft iets. Die rit heen is soms beter dan de wedstrijd zelf.

Vervoer regelen: de bus, de carpoollijst of het geluk

Veel clubs hebben een busregeling. Sommige clubs vergoeden het, andere niet. Ken je eigen reglement. Als je een busje huurt, zorg dan dat je weet wie rijdt en of diegene een geldig rijbewijs heeft voor dat voertuig. Klinkt logisch, maar er zijn genoeg elftalleiders die dit pas op de parkeerplaats uitzoeken.

Gaat iedereen in eigen auto, maak dan een carpoollijst. Niet in je hoofd, maar op papier of in de appgroep. Wie heeft plek voor wie? Wie woont langs de route? Wie heeft een auto die ook echt acht mensen past en niet alleen op papier? Let op dat punt. Marco heeft een zevenpersoonsbusje maar twee stoelen zijn al jaren kapot en de gordel achterlinks werkt niet.

Wat je ook doet: zorg dat iedereen het adres heeft van het sportpark. Niet alleen de plaatsnaam, het volledige adres. Navigatie stuurt je anders naar het dorpsplein of de supermarkt. En kom je te laat aan omdat je tien minuten voor het sportpark stond te zoeken, dan krijg je dat de rest van het seizoen te horen.

Wat je meeneemt als elftalleider

Als elftalleider ben je eigenlijk een rijdende opslagloods. Je tas is altijd te vol en toch ontbreekt er altijd iets. Hier is de basislijst waar je op kunt bouwen.

  • Wedstrijdformulier – ingevuld, met spelerspassen. Vergeet je die, speel je met reserves of krijg je puntenaftrek. Geen grapje.
  • Spelerspassen – van iedereen die meegaat. Niet alleen de basiself. Ook de invallers.
  • EHBO-set – minimaal verband, een ijspak en wat tape. De thuisclub heeft ook een kit maar je weet nooit.
  • Ballen – check van tevoren hoeveel ballen de thuisclub meebrengt voor de warming-up. Soms zijn dat er twee. Twee.
  • Hesjes – voor de warming-up. Als jullie in het wit spelen en de thuisclub ook, heb je een probleem. Weet van tevoren welke kleur jullie dragen.
  • Wisselshirts – bij kleurenconflict. Heb je die niet, bel dan de dag ervoor de thuisclub.
  • Fluitje – voor de grensrechters. Vraag wie de lijn loopt voor jullie. Dat doe je niet op het veld maar al in de appgroep.
  • Geld – voor de scheidsrechtersvergoeding. Weet wat de vergoeding is, heb het gepast bij je. Scheidsrechters zijn vrijwilligers, behandel ze als mensen.

En koffie. Neem een thermoskan mee als je vroeg speelt. De kantine van de thuisclub gaat niet altijd open voor een kwart over negen.

Op het veld: wat de thuisclub van jou verwacht

Je bent te gast. Dat klinkt simpel maar heeft gevolgen. De thuisclub heeft regels voor de kleedkamers, voor het gebruik van het veld, voor het douchen. Houd je eraan. Vraag bij aankomst wie de wedstrijdleider is en meld je bij diegene. Niet bij de eerste de beste die je ziet, maar bij de verantwoordelijke.

Vul het wedstrijdformulier in voor aanvang. Niet tijdens de warming-up, niet in de rust. Voor aanvang. Controleer of de thuisclub hun deel ook heeft ingevuld. Beide elftalleiders tekenen. Weet je niet hoe het formulier werkt, vraag het dan aan iemand die het wel weet. Geen schaamte in. Beter een domme vraag dan een fout formulier.

De scheidsrechter stelt zich voor. Groet hem of haar fatsoenlijk. Geef aan wie jullie aanvoerder is. Dat is de enige speler die tijdens de wedstrijd het woord mag voeren namens het team. Leg dat ook aan je eigen spelers uit. Elke keer opnieuw, want elke keer vergeten ze het weer.

De rust en wat er dan allemaal speelt

De rust duurt vijftien minuten. Dat klinkt lang maar is het niet. De trainer wil praten. De keeper heeft zijn handschoenen vergeten in de kleedkamer. Iemand heeft een blaar. Rini wil weten of hij na rust links of rechts staat. En jij moet ondertussen het formulier bijhouden als er gewisseld wordt.

Houd een wisselblaadje bij. Noteer wie eruit gaat, wie erin gaat, op welk moment. Dat moment noteer je in minuten, niet in kwartieren. Sommige scheidsrechters zijn streng op de volgorde en het tijdstip. Zorg dat je het paraat hebt.

Als er iemand geblesseerd is geraakt, vraag of diegene zelf naar de kleedkamer kan of hulp nodig heeft. Weet wie er in jullie groep EHBO-kennis heeft. Dat is niet altijd de trainer. Bij ons is het Kees, die al dertig jaar op de club zit en vroeger bij de brandweer werkte. Kees weet wat hij doet.

De rust is ook het moment dat de kantine van de thuisclub even open is. Haal koffie als je kunt. Niet voor jezelf, maar voor de grensrechters en de trainer. Kleine moeite, groot gebaar.

Na de wedstrijd: het formulier, de handdruk en de kantine

Fluitsignaal. Wedstrijd voorbij. Nu begint het papierwerk. Controleer het wedstrijdformulier op fouten. Zijn alle gele kaarten genoteerd? Rode kaarten? Doelpunten? Kloppen de tijden? Teken pas als alles klopt. Vraag de scheidsrechter om toelichting als je iets niet begrijpt. Dat mag.

Beide elftalleiders en de scheidsrechter tekenen het formulier. Jij bewaart een kopie. Stuur die avond nog een foto naar de secretaris van jullie club. Wacht daar niet mee tot maandag. Maandag vergeet je het en dan bel de secretaris jou.

Dan de handdruk. Laat je spelers de handen schudden met de tegenstander. Altijd. Ook als de scheidsrechter een ramp was. Ook als die ene verdediger van hen de hele wedstrijd heeft staan trappen. Even door de zure appel heen. Dat hoort erbij.

En dan de kantine. Bij uitwedstrijden is dit het mooiste deel. Je zit in een vreemde kantine, met andere gezichten, andere bitterballen en een ander soort koffie. Soms is het er beter dan thuis. Soms is het er slechter. Maar de sfeer na een uitwedstrijd is anders. Losser. Iedereen heeft iets meegemaakt samen, ook al was het maar een uur rijden en een matige wedstrijd op een modderig veld.

Zorg dat je spelers minimaal een rondje blijven. Niet voor de gezelligheid, maar omdat het de norm is. Thuisclub heeft de kantine opengehouden. Dat verdient respect. Bestel iets, praat met mensen, en vertrek dan pas als het fatsoenlijk is.

Als elftalleider ben je de laatste die vertrekt. Controleer de kleedkamer. Zijn alle spullen mee? Zijn de douches uit? Is er niemand meer? Dan pas stap jij in de auto. Met een lege thermoskan, een ingevuld formulier en waarschijnlijk een appje van Gerben die vraagt of hij zijn bidon heeft laten liggen.

Dat heeft hij. Die ligt nog in de kleedkamer. Maar dat los je maandag wel op.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *