Extreme hitte en de zondagcompetitie: wanneer gaat de wedstrijd niet door?

Written by

in

Het was die ene zaterdagavond in augustus. Telefoon ging. Scheids belde af. Veld te droog, bal stuitert niet fatsoenlijk, en de temperatuur was de volgende ochtend nog steeds niet te pruimen. Drie spelers hadden al afgemeld wegens “te warm”. Of ze dat menden of niet, laat ik in het midden. Maar het zette me wel aan het denken: hoe gaan wij eigenlijk om met hitte in de zondagcompetitie? Want de regels zijn vaag, de gewoontes per club nog vager, en de discussie langs de lijn duurt altijd langer dan de warming-up.

Wat de bond zegt en wat er in de praktijk van terechtkomt

De KNVB heeft richtlijnen. Dat weet je. Maar vraag tien elftalleiders wat er precies in staat en je krijgt tien verschillende antwoorden. Eentje haalt zijn schouders op. Eentje stuurt je naar de app. Eentje zegt dat hij het vorig seizoen heeft uitgeprint maar niet meer weet waar het mapje ligt. Zo gaat dat.

Officieel is er een hitteprotocol. Drempelwaarden, koelingsmoment, extra drinkpauzes. Op papier keurig geregeld. In de praktijk hangt het af van wie er die ochtend op het veld staat. Is het Henk uit Berghem die al dertig jaar scheidsrechter is en nooit klaagt? Dan speel je gewoon. Is het een jonge vent die net zijn licentie heeft en zijn telefoon erbij pakt? Dan wordt het een discussie.

Wat ik in al die jaren heb gezien: de meeste clubs regelen het zelf. Drinkpauze na twintig minuten, iemand die met een jerrycan water langs de lijn staat, en de grensrechter die roept dat hij zo dadelijk omvalt. Dat laatste is altijd dezelfde grensrechter, overigens. Je weet wel wie ik bedoel.

De bredere discussie: hitte, sport en wat we eigenlijk van nieuws meekrijgen

Hitte is geen nieuw onderwerp, maar het komt wel steeds vaker terug. Niet alleen op ons veld in de polder, maar ook in de samenleving als geheel. Zomers die zwaarder aanvoelen, middagen waarop je liever niet in een zwart keepersshirt staat. Dat merk je gewoon. En als je dan even kijkt op de website van de NOS zie je dat hitte als maatschappelijk thema serieus wordt genomen, ook buiten de sportwereld.

Maar goed, wij zijn geen klimaatwetenschappers. Wij zijn elftalleiders, grensrechters en kantinevrijwilligers. Wat ons bezighoudt is concreet: gaat die wedstrijd door of niet, en wie belt de scheidsrechter als dat niet zo is?

Daar zit meteen het probleem. In de zondagcompetitie is de communicatielijnen altijd een beetje spaghetti. De elftalleider belt de scheidsrechter. Of de scheidsrechter belt de bond. Of de thuisclub beslist en vergeet de uitclub te bellen. En dan staat Kees om half tien op het parkeerterrein in Oss met zijn tas al uit de auto en zijn broertje al in het keepersshirt, terwijl de wedstrijd een uur geleden al was afgelast.

Dat is niet van deze tijd. Maar het is wel van onze competitie.

Hoe clubs het beter aanpakken — en wat je zelf kunt doen

Er zijn clubs die het goed voor elkaar hebben. Niet de grote clubs met een wedstrijdsecretaris en een aparte app voor de communicatie. Ik bedoel de clubs met tweehonderd leden, een kantine die op vrijdagavond opengaat en een vrijwilliger die al vijftien jaar de velden lijntrekt. Die clubs hebben gewoon een systeem.

Paar dingen die ik langs de lijn heb opgepikt:

  • Stel één persoon aan als hitteverantwoordelijke op warme speeldagen. Klinkt overdreven, maar het scheelt discussie. Die persoon beslist, punt.
  • Zorg voor water op de lijn, niet alleen in de rust. Een jerrycan en wat bekertjes kost niks. Een speler die omvalt kost je een hoop gedoe.
  • Spreek van tevoren af wat je doet bij bepaalde temperaturen. Niet ter plekke improviseren. Dat leidt tot ruzie en tot de grensrechter die zegt dat hij het ook niet weet.
  • Informeer de uitclub vroeg. Niet een halfuur voor aanvang. Bel de avond ervoor als je twijfelt. Kees wil niet voor niks rijden.
  • Pas de aftrap aan. Veel clubs spelen ‘s zomers om negen uur. Dat is vroeg, ja. Maar het is ook tien graden koeler dan om elf uur. Doe er iets mee.

En dan is er nog de kantine. Die speelt een grotere rol dan je denkt. Op een hete dag is de kantine na afloop het eerste wat iedereen opzoekt. Niet voor bier — nou ja, soms wel — maar voor water, voor schaduw, voor een plek om bij te komen. Als de kantine dan pas om twaalf uur opengaat terwijl de wedstrijd om negen uur begon, zit je met een probleem. Of met dertig man op het terras die zelf hun auto openbreken voor een fles water uit de koeltas.

Ik heb het meegemaakt. Twee zomers geleden. Thuiswedstrijd, volle zon, kantine dicht omdat de vrijwilliger dacht dat er geen wedstrijd was. Communicatie, mensen. Het is altijd communicatie.

Wat me ook opvalt: de discussie over hitte raakt altijd weer de grotere discussie over zondag versus zaterdag. Zaterdagclubs spelen ‘s middags, zeggen ze dan. Wij beginnen ‘s ochtends vroeg. Wij hebben meer last van dauw dan van hitte. Alsof het een wedstrijdje is in wie het moeilijkste heeft. Dat is het niet. Hitte treft iedereen, op elke dag van het weekend.

Maar er zit wel iets in. De zondagcompetitie heeft een eigen ritme. Spelers die zaterdagavond laat thuiskomen. Soms een verjaardag ertussen. Een keeper die om tien over negen nog niet op het veld staat omdat hij zijn handschoenen in de auto heeft laten liggen. En dan ook nog eens dertig graden. Dat vraagt iets extra’s van iedereen.

Van de elftalleider die zijn groepsapp om acht uur al volstuurt met updates. Van de scheidsrechter die zijn protocol kent en er ook naar handelt. Van de grensrechter die de vlag opsteekt als een speler echt even moet bijkomen. En van de kantine die gewoon op tijd opendoet.

Tot slot

Hitte in de zondagcompetitie is geen ramp. Het is een uitdaging, zoals zoveel uitdagingen in dit spelletje. Scheidsrechters die niet komen opdagen. Velden die na een droge week keihard zijn. Kleedkamers waar de douche het niet doet. Wij lossen het op. Dat is wat we doen.

Maar een beetje voorbereiding helpt. Een protocol dat iedereen kent. Een elftalleider die zijn spelers op tijd informeert. En een kantine die opendoet. Dat laatste is niet onderhandelbaar. Slechte koffie of niet, na negentig minuten in de zon wil iedereen ergens zitten. Zorg dat die plek er is.

De rest regelt zich wel. Dat doet het altijd, in de zondagcompetitie.

Comments

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *